Kinderboekenambassadeur

   
 

Het Kinderboekenmuseum: ontdek, beleef en maak

Ik ben bij het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum om te praten met Ingrid Eilander, adjunct-directeur en programmadirecteur en Jennie Barbier, hoofd publiekszaken. In 2027 wordt Magazijn De Zon in Utrecht de nieuwe locatie. In dit prachtige voormalige warenhuis van Vroom en Dreesmann aan de Oudegracht zal het museum opnieuw worden vormgegeven. Daar wil ik graag over praten. Natuurlijk heb ik de bubbel meegenomen en wil ik graag weten welke doelgroepen het museum bereikt en wat precies hun missie is.

Jennie Barbier, Rian Visser en Ingrid Eilander
Jennie Barbier, Rian Visser en Ingrid Eilander

Bubbel
Bij al mijn interviews neem ik een bubbel mee. We zien het kind graag in de bubbel met een boek. Maar hoe bereiken we dat? Als kinderboekenambassadeur bedacht ik het motto: Laat van je lezen. Het is een oproep aan de hele maatschappij om mee te helpen leesplezier uit te dragen. Met mijn interviews wil ik onderzoeken hoe we ouders en kinderen kunnen bereiken en leesplezier kunnen overdragen.

Wat is de missie van het Kinderboekenmuseum?
Jennie: ‘Allereerst wil ik zeggen dat het Kinderboekenmuseum geen apart museum is. Dat is wel belangrijk om te vermelden.’ Jennie maakt het gebaar van een bal: ‘Het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum is één geheel.’

En wat is de missie?
Ingrid: ‘Het museum is een plek om publiek kennis te laten maken met literatuur, daarnaast is de collectie ook toegankelijk voor de professionele gebruiker. We willen de kracht van literatuur én de rijkdom van het Nederlandse literaire erfgoed zichtbaar en voelbaar maken. Onze opdracht voor het publiek is leesbevordering en burgerschapsontwikkeling, maar we willen natuurlijk ook dat een familie hier een goede tijd heeft. Het museum is een educatieve ervaring, maar moet ook leuk zijn.’

Wie bezoekt het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum?
Jennie: ‘Naast reguliere museumbezoekers komen er komen via scholen ongeveer 21.000 leerlingen en studenten per jaar. Daar zijn we heel trots op. Van het basisonderwijs komen de klassen vooral uit de regio. Bij het voortgezet onderwijs en mbo is de reikwijdte groter, want zij combineren het soms met een bezoek aan de Tweede Kamer. Zij kunnen ook makkelijker met de trein komen.’

De voorleestent. Foto Eveline van Egdom

Ik ben hier in 2016 geweest met een NT2-klas. Voor deze kinderen was de tentoonstelling best moeilijk, ook de interactieve dingen. Heeft het museum plannen voor deze doelgroep?
Ingrid knikt. ‘We willen meer met levels gaan werken. Bij Back Street (tentoonstelling voor jongeren) hebben we al vier niveaus van leesvaardigheid die we per school kunnen instellen. Dat principe willen we in het nieuwe museum doorvertalen naar de jongere leeftijdsgroep.’

En doen jullie ook iets met andere talen?
Ingrid: ‘Veel tentoonstellingen worden nu al in het Nederlands en Engels aangeboden. In de toekomst willen we de teksten en instructies op de schermen middels QR-codes ook in andere talen gaan aanbieden.’

En prentenboeken zonder tekst?
Jennie: ‘In onze voorleestent liggen heel bewust ook prentenboeken zonder tekst en prentenboeken in andere talen. We willen het voorlezen in elke taal stimuleren.’

Ik stel me voor dat hier vooral gezinnen komen die thuis veel (voor-)lezen. Hoe bereik je gezinnen die daar niks mee hebben of ouders die angst hebben voor zo’n museum omdat ze niet goed Nederlands spreken?
Jennie: ‘In het algemeen is er een drempel om een museum binnen te gaan. Om barrières weg te nemen bedenken we diverse strategieën. Mensen komen vaak met het openbaar vervoer. Dat is soms al een grote stap. En dan heb je nog de prijs van het toegangskaartje. Via allerlei kortingspassen en samenwerkingen met bijvoorbeeld bibliotheken proberen we het museum voor iedereen beschikbaar te maken.’
Ingrid: ‘Ook in de communicatie proberen we zo toegankelijk mogelijk te zijn. En kinderen die met school gaan, komen soms terug met hun ouders. Als hun kind hier geweest is en enthousiast is, durven ze zelf ook te komen. Daarnaast willen we in de komende jaren een slag maken in onze uitstraling als merk.’

Papiria Foto: Mike Bink

Zou het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum niet beter Kinderboekenspeeltuin kunnen heten, of zoiets? Het woord museum is al een barrière.
Jennie: ‘Dat wordt vaker tegen ons gezegd. We vinden dat moeilijk, want naast een familiemuseum zijn we óók een rijksarchief en -museum. De kinderboekententoonstellingen zijn óók vanuit een educatief oogpunt ontwikkeld. We hebben wel de inzet om de naam literatuur toegankelijker te maken. Hoe? Dat is een mooie, grote opdracht.’

Na de verhuizing naar de Oudegracht in Utrecht loopt er dagelijks winkelend publiek langs het museum. Welke plannen zijn er om deze mensen binnen te lokken? Komt er een koffiebar of een gratis expositie in de centrale hal?
Ingrid: ‘De foyer zal inderdaad publiek toegankelijk worden. Als je naar boven kijkt, zie je glas in lood in een mooie lichtkoepel, wat al jaren niet te zien is geweest. Die hal is een hele mooie, aantrekkelijke plek met vides die zichtlijnen bieden op de tentoonstellingen. Zo zie je vanaf de foyer al prachtige aantrekkelijke dingen.’

Magazijn de Zon. Foto’s: Robert Oosterbroek

Ik heb begrepen dat er een tentoonstelling komt over het alfabet. Is daar ook plek voor andere schriften, zoals Arabisch, Chinees, Grieks, etcetera?
Ingrid: ‘Daar zijn we over aan het nadenken. De alfabettentoonstelling bevindt zich nog in een heel prematuur stadium.’

Inclusiviteit is natuurlijk een thema. Focussen jullie vooral op moderne boeken of ook op de geschiedenis van het kinderboek, zoals Ot en Sien?
Ingrid: ‘We willen kinderen een stukje herkenning bieden en tegelijkertijd willen we ze ook nieuwe verhalen laten ontdekken. We kiezen daarom bewust voor een combinatie van bekende en onbekende titels. Niet alleen de klassiekers laten zien, maar vooral de verscheidenheid. Voor een tienjarige of een vijftienjarige maken we een spel waarin misschien wel twintig boeken verwerkt zitten. Bij kleuters kan dat niet. Daar moeten we ons beperken tot één prentenboek, anders wordt het voor jonge kinderen te veel om te behappen. Eén wereld, één verhaal. Voor die leeftijd moeten we heel scherp kiezen.’

Wat verandert er nog meer?
Ingrid: ‘We kunnen leren van wat we hier hebben gemaakt en tegelijkertijd kunnen we een enorme vernieuwingsslag maken. Eigenlijk gaat het om ontdek, beleef en maak. We willen dat kinderen zelf dingen kunnen doen. Dat is nu al het geval, maar in Utrecht wordt dat nog meer doorontwikkeld en wordt nog meer de eigen verbeelding aangesproken.’

Is er nog iets wat jullie willen vertellen over het bereiken van doelgroepen?
Ingrid: ‘We kijken veel scherper hoe we niet-lezers kunnen aanspreken, bijvoorbeeld door te werken met thema’s, aandacht voor makers en nadenken over de vorm. In Utrecht gaan we in de werfkelders iets ontwikkelen wat een soort van haakje zou kunnen zijn om niet-lezers het museum binnen te hengelen. We willen dat ze een positieve ervaring krijgen en dat ze zo misschien ontdekken dat een boek lezen leuk kan zijn.’
Jennie: ‘Je kunt straks ook een mooie selfie maken vanaf onze daktuin.’

Ik zie meteen grote schommels voor me zoals op de A’DAM Toren in Amsterdam en een lift met virtual reality over Abeltje. We praten over de boekwinkel van het museum waarmee het museum niet wil concurreren met de boekwinkels in Utrecht. Ik stel voor om vooral boekkoord-boekenleggers te verkopen voor perfomative reading. En mini-boekenbrochejes zullen het ook vast goed doen.

Boekenbroche
Zelfgemaakte boekenbroches

Tot slot praten we over het geven van boekentips.
Ingrid: ‘Bij Back Street hebben we een Boekenvinder ontwikkeld. Je beantwoordt een aantal vragen en wij bieden dan boekentips. In het nieuwe museum willen we dat doorontwikkelen. Op basis van wat je in het museum hebt gedaan, welke spellen je hebt gespeeld en wat je hebt gemaakt, kunnen wij kinderen, jongeren en ouders nog gerichter boekentips geven. Er zit een heel systeem achter dat nog in volle ontwikkeling is. Daarmee willen we ons steentje bijdragen op het gebied van leesbevordering.’

Ik bedank Ingrid Eilander en Jennie Barbier voor het gesprek en geef mijn dichtbundel Het is een zachte dag vandaag cadeau. Dit was mijn laatste interview als Kinderboekenambassadeur. Het was een leerzame en leuke tijd. Lees vooral ook de andere interviews op deze site!

Links
Literatuurmuseum/kinderboekenmuseum, literatuurmuseum.nl
Magazijn De Zon, www.magazijndezon.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *